Successiewet in een nieuw jasje14-12-2009Staatssecretaris De Jager van Financiën laat er geen gras over groeien. Kondigde hij in 2008 nog aan dat hij plannen had om de sterk verouderde successiewet aan te pakken, inmiddels is het wetsvoorstel schenk- en erfbelasting goedgekeurd door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer is inmiddels druk doende met de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel. Zoals het er nu naar uitziet gaat de nieuwe schenk- en erfbelasting in op 1 januari 2010. De belangrijkste punten van kritiek op de huidige wet waren de hoge tarieven en de mogelijkheid om door middel van constructies de heffing van schenkings- en/of erfrecht te voorkomen. Met name de tarieven bij verkrijgingen door de zogenaamde overige verkrijgers zijn op dit moment belast tegen een minimumtarief van 41% en een maximumtarief van 68%. Deze tarieven gaan omlaag. De tariefstructuur wordt een stuk eenvoudiger. Er bestaan op dit moment zeven tariefschijven en drie teriefgroepen. Er zijn straks nog maar twee tariefschijven en twee tariefgroepen. Groep 1: partner en (klein)kinderen en groep 2: overige verkrijgers. Daarnaast worden de tarieven aanzienlijk verlaagd tot maximaal 40% (2009: 68%). In een schema ziet de tariefstructuur er als volgt uit: Voorstel tarieven schenk-en erfbelasting 2010
Zowel voor de erfbelasting als voor de schenkbelasting gelden afzonderlijke vrijstellingsbedragen. Ten opzichte van de huidige Successiewet gaan de vrijstellingen voor alle verkrijgers (iets) omhoog. Vrijstellingsbedragen erfbelasting 2010
Vrijstellingsbedragen schenkbelasting 2010
Voor partners zijn de tarieven laag en geldt een hoge vrijstelling. In de vernieuwde wet worden als partners alleen nog aangemerkt: gehuwden en geregistreerd partners en samenwoners. Voor deze laatste groep gelden bovendien de volgende voorwaarden: 1. beiden zijn meerderjarig en geen bloedverwanten in de rechte lijn; 2. voeren een gezamenlijke huishouding en staan ingeschreven op hetzelfde woonadres; 3. hebben een notarieel samenlevingscontract afgesloten met wederzijdse zorgplicht. Bovendien geldt voor de erfbelasting als aanvullende eis dat de samenwoners minimaal zes maanden voorafgaand aan het overlijden een gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd. Voor de schenkbelasting is deze periode twee jaar voorafgaand aan de schenking. Mensen die langer dan vijf jaar samenwonen worden ook aangemerkt als partner, zonder dat men aan bovenstaande vereisten hoeft te voldoen. Ook inwonende kinderen die mantelzorg verlenen worden onder voorwaarden aangemerkt als partner van de verzorgde ouder. In de nieuwe erf- en schenkbelasting wordt een stokje gestoken voor constructies om successierechten te besparen. De constructies die worden bestreden moeten leiden tot een verhoging van de belastingopbrengst om de tariefsverlaging te kunnen bekostigen. De constructies die worden bestreden zijn onder andere het schenken of erven door middel van een zogenaamd trustvermogen. Op dit moment is het mogelijk om op deze wijze grote vermogens vrij van successie- of schenkingsrecht over te dragen. In de toekomst kan van dit soort constructies geen of minder gebruik worden gemaakt. Verder worden constructies met herroepelijke schenkingen, renteloze direct opeisbare geldleningen, koop en uitgestelde levering van een woning en levensverzekeringen bestreden. Tot slot zijn ook besparingen via bijvoorbeeld het ‘ik-opa-testament’ en het ‘turbotestament’ binnenkort verleden tijd. Bij de notariële schenkingen onder schuldigerkenning wordt de eis ingevoerd dat er jaarlijks ten minste 6% rente werkelijk moet worden betaald door de ouders aan het kind. Er is dus werk aan de winkel. Als u een testament heeft dient u te (laten) beoordelen of dit testament na 1 januari moet worden aangepast. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Disclaimer | Privacy policy | Copyright | Copyright© 2010 Westerveld en Vossers |