Hoofdlijnen aanpak stikstofprobleem

Datum gepubliceerd: donderdag, 07 april 2022 Ga terug naar het overzicht

De natuur versneld herstellen en het landelijk gebied toekomstbestendig maken. Dat is de kern van de hoofdlijnenbrief voor de aanpak van het stikstofprobleem, die de minister voor Natuur en Stikstof op 1 april 2022 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. In de brief schetst de minister de route naar een gebiedsgerichte aanpak, een intensivering en versnelling van bestaande stikstofmaatregelen en plannen om de huidige vergunningverlening beter houdbaar te maken.

Gebiedsgerichte aanpak
Het doel van het kabinet is een vermindering van de stikstofuitstoot met 50% en 75% van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden op een gezond niveau in 2030. Zij wil stikstofmaatregelen in een zogenoemde gebiedsgerichte aanpak slim combineren met andere maatregelen om de natuur, de bodem en de waterkwaliteit te verbeteren en de klimaatopgave te halen. Dat gebeurt via een Nationaal Programma Landelijk Gebied. Het kabinet heeft hiervoor 25 miljard euro beschikbaar gesteld bovenop bestaande middelen (6 miljard euro). Omdat gebieden verschillen, verschilt ook de aanpak per gebied. Rijk en provincies stellen per gebied doelen vast die onontkoombaar gehaald moeten worden. Bij elkaar tellen die doelen op tot het landelijke doel.

Uiterlijk in juli 2023 is in elk gebied duidelijk wat het doel is en hoe dat gehaald wordt, waarna er geld beschikbaar komt. Alle sectoren – industrie, landbouw, verkeer, zee- en luchtvaart – leveren een bijdrage en het is duidelijk dat deze opgave een grote inzet vraagt van de agrarische sector. De inzet is om dit zoveel mogelijk op basis van vrijwilligheid te doen: stoppersregelingen en daarnaast mogelijkheden voor boeren die willen blijven om te verplaatsen, op een andere manier te boeren of te innoveren. Als dat onvoldoende resultaat oplevert, komen meer dwingende maatregelen in beeld.

Versnellen en intensiveren
In de brief kondigt minister een aantal plannen aan om de (bestaande) stikstofaanpak te versnellen en te intensiveren. De minister zet maximaal in op het vrijwillig stoppen van ondernemers en onderzoekt of huidige en komende opkoopregelingen aantrekkelijker gemaakt kunnen worden. Onder meer door in te zetten op het ‘early bird’ principe: hoe eerder je je meldt voor een stoppersregeling, des te gunstiger de (financiële) voorwaarden. In de brief staat ook dat de minister wil inzetten op het versneld opkopen van piekbelasters en grond.

Toestemmingsverlening robuuster
Door diverse gerechtelijke uitspraken is er zowel bij aanvragers als verleners (provincies, Rijk) van een natuurvergunning de nodige onzekerheid over de houdbaarheid van deze vergunningen. Om op korte termijn toch meer zekerheid te bieden, werkt de minister samen met de regionale overheden aan aanscherpingen van de regels rondom de latente ruimte in vergunningen, de regels rondom intern en extern salderen, beweiden en bemesten en de regels rondom het gebruik van de zogeheten Rav-factoren bij stalinnovaties (Regeling Ammoniak Veehouderij). Nog voor de zomer volgt een concrete invulling van deze aanscherpingen.