Mogelijk aanspraak verpachter op fosfaatrechten bij einde pacht

Datum gepubliceerd: donderdag, 18 augustus 2022 Ga terug naar het overzicht

Pachters moeten er rekening mee houden dat de verpachter mogelijk bij beëindiging van de pachtovereenkomst aanspraak kan maken op fosfaatrechten. In 2019 oordeelde het gerechtshof dat deze rechten in beginsel van de pachter zijn, maar dat onder bepaalde omstandigheden de verpachter een aanspraak heeft. Dit is het geval als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • tussen verpachter en pachter bestond op 2 juli 2015 een reguliere pachtovereenkomst of een geliberaliseerde pachtovereenkomst die bij het aangaan 12 jaar of langer duurde;
  • het betreft hoevepacht of pacht van minimaal 15 ha grond of pacht van een gebouw; het gebouw moet specifiek zijn ingericht voor de melkveehouderij en voor de uitoefening daarvan noodzakelijk zijn en door de verpachter ten behoeve van het bedrijf van de pachter aan de pachter ter beschikking zijn gesteld;
  • de fosfaatrechten worden voor 50% toegerekend aan de gebouwen en voor 50% aan de grond die de pachter op 2 juli 2015 ten behoeve van het gehouden vee ten dienste stonden en naar verhouding toegerekend aan het gepachte;
  • de verpachter dient aan de pachter 50% van de marktwaarde van de over te dragen fosfaatrechten per datum einde pachtovereenkomst te betalen.

De laatste tijd zijn hierover meerdere rechterlijke uitspraken gedaan. Een paar conclusies hieruit zijn:

  • Dat de pachter volledig eigenaar was van het melkquotum (door overname verpachtersdeel), betekende niet dat de verpachter afstand had gedaan van eventueel later toe te kennen productierechten.
  • Wanneer een pachter zelf een stal heeft gebouwd op de pachtgrond (met vestiging opstalrecht), dan telt deze stal niet of in mindere mate mee voor de berekening van het verpachtersaandeel. De risico’s zijn namelijk ook voor de pachter.