Rechtbank: arbeidsvergoeding kan niet hoger zijn dan de winst

Datum gepubliceerd: donderdag, 15 september 2022 Ga terug naar het overzicht

Belastingplichtige exploiteerde in maatschapsverband met haar partner en hun dochter een geitenhouderij. Daarnaast werkte zij nog elders in loondienst. In 2017 bedroeg de winst van de maatschap na aftrek van een rentevergoeding voor de maten over het ingebrachte kapitaal € 3.977. De maten kenden een arbeidsvergoeding van € 30.000 toe aan de partner van belastingplichtige, zijnde ongeveer het bedrag dat belastingplichtige als loon ontving.

Bij het vaststellen van de belastingaanslagen hanteerde de belastinginspecteur echter een lagere arbeidsvergoeding, namelijk € 3.977. In geschil voor de rechtbank was of de inspecteur mocht uitgaan van een lagere arbeidsvergoeding. Volgens belastingplichtige was de overeengekomen arbeidsvergoeding zakelijk. De inspecteur was van mening dat deze onzakelijk was en alleen was ingegeven door fiscale overwegingen (terugbetalen ingehouden loonbelasting, red.).

De rechtbank oordeelde dat alleen daadwerkelijk gerealiseerde winst belast kan worden, en in het verlengde daarvan ook alleen daadwerkelijk gerealiseerd verlies in aanmerking kan worden genomen. Dat belastingplichtige vond dat haar partner recht had op meer winst dan door hun gezamenlijke onderneming gerealiseerd was, omdat hij meer arbeid had verricht ten behoeve van die onderneming, deed daar niet aan af. De (meer) arbeid die de partner van belastingplichtige ten behoeve van de maatschap had verricht had nu eenmaal in 2017 niet geleid tot een hoger bedrag aan winst. De rechtbank was daarom van oordeel dat de belastinginspecteur ten behoeve van de fiscale winstberekening terecht de arbeidsvergoeding voor de partner van belastingplichtige had beperkt tot € 3.977. De zakelijkheid van de overeengekomen arbeidsvergoeding behoefde verder niet besproken te worden.