Toepassing 2%-marge bij vaststelling perceelsoppervlakte

Datum gepubliceerd: donderdag, 25 januari 2018 Ga terug naar het overzicht

Een landbouwer vroeg in de Gecombineerde opgave 2015 toewijzing en uitbetaling van betalingsrechten aan.  RVO.nl wees in totaal 0,39 ha af, waartegen de landbouwer beroep instelde.

De landbouwer stelde dat RVO.nl moest uitgaan van een in opdracht van hem uitgevoerde GPS-meting. Eén perceel lichtte hij in het bijzonder toe. Volgens RVO.nl was sprake van een diepe greppel op perceel 10 en die achtte zij niet subsidiabel. De landbouwer overlegde echter foto’s die lieten zien dat het vee ter hoogte van de greppel weidde.

RVO.nl zette in haar verweerschrift uiteen dat zij bij het vaststellen van de referentiepercelen een marge van maximaal 2% ten aanzien van de maximale subsidiabele oppervlakte heeft. Niet iedere minimale afwijking die de landbouwer door middel van een GPS-meting constateert, dient te leiden tot een aanpassing van het referentieperceel. Bij minimale afwijkingen dient het referentieperceel juist te worden gehandhaafd om een stabieler systeem te creëren. Voorafgaand aan het toepassen van de 2%-marge dient te worden beoordeeld of sprake is van duidelijke veranderingen van de subsidiabele oppervlakte in het veld. Indien daarvan sprake is, bijvoorbeeld door aanleg of het dempen van een sloot, dient dit te leiden tot aanpassing van het referentieperceel. In de bezwaarprocedure waren alle percelen opnieuw beoordeeld en waren eventuele veranderingen in het veld meegenomen. De verschillen in de aangepaste percelen was telkens minder dan 2%.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de landbouwer had aangetoond dat de situatie op perceel 10 een andere was dan waarvan RVO.nl was uitgegaan. RVO.nl had niet duidelijk gemaakt waarom dit niet moest worden aangemerkt als een duidelijke verandering in het veld op grond waarvan zij het referentieperceel diende aan te passen. De enkele omstandigheid dat de greppel er ook in voorgaande jaren al lag was daartoe op zich zelf genomen niet voldoende. RVO.nl kon wat betreft perceel 10 niet volstaan met een verwijzing naar de 2%-marge, terwijl zij ook niet deugdelijk had gemotiveerd waarom de greppel niet subsidiabel was. Voor de overige percelen mocht RVO.nl wel uitgaan van de 2%-marge.

Het beroep van de landbouwer werd gegrond verklaard.

Aanvulling redactie
Deze uitspraak maakt nog weer eens duidelijk dat het uitvoeren van een ‘kale’ GPS-meting weinig oplevert. Bij verschillen is het veel belangrijker om met concrete bewijzen (bijv. foto’s) te komen waarom de situatie anders is dan RVO.nl stelt.